|
| |
Nuweiba.nl - Sinai-woestijn
"Man-Made"
| | Katharina
Klooster Aan
de voet van Mount Sinai (Gebel Musa) ligt het wereldberoemde Katharina Klooster:
een van de oudste en best bewaard gebleven kloosters ter wereld. Het
klooster dateert uit 527, toen de Byzantijnse keizer Justinianus opdracht gaf
om grote beschermende muren en een aantal gebouwen te laten bouwen. Voor die tijd
was het echter al een belangrijke plaats in het Christelijke geloof. De eerste
pelgrimstocht zou al in 378 gemaakt zijn door een Griekse monnik, Silvanos.
In die tijd stond er al een toren en een kerkje van Helena. De aanwezige monniken
hebben herhaaldelijk aan de verschillende keizers om bescherming gevraagd tegen
de aanvallen van bedoeienen en Saracenen, en uiteindelijk is Justinianus aan hun
wensen tegemoet gekomen. Er werd een militaire expeditie gestuurd, die rondom
het kerkje van Helena en de toren een kloostervesting moest aanleggen. Toen de
bouwwerkzaamheden af waren, heeft Justinianus de architect laten onthoofden, omdat
het klooster in het dal was gebouwd in plaats van, wat Justinianus voor ogen had,
boven op de berg.
Een klein militair garnizoen en 200 christelijke Egyptische
slaven kregen de taak het klooster te beschermen, akkers aan te leggen en werkzaamheden
voor de kloostergemeenschap te verrichten. Na
650 waren de monniken genoodzaakt om met de Islam tot een akkoord te komen, omdat
het gebied inmiddels was veroverd door de Mohammedanen. Er werd een afvaardiging
naar Mekka gestuurd, die met een vrijbrief terug kwam. In elk geval heeft het
klooster de eerste eeuwen van de Islam zonder grote problemen overleefd. In 1106
is er zelfs een moskee met een minaret binnen de kloostermuren gebouwd, voor moslimpelgrims,
of omdat hier Mohammedaanse troepen gelegerd waren. Tussen
1100 en 1270 werd het klooster beschermd door kruisridders, wat tot een nieuwe
periode van bloei heeft geleid. De latere Osmaanse sultans eerbiedigden de privileges
van het klooster in de Sinai, en alle christelijke rijken in Europa sloten zich
daarbij aan. Napoleon heeft zelfs geld en arbeidskrachten geleverd om een ingestorte
vleugel van het klooster weer op te bouwen. In die tijd stroomden de geschenken
en kunstvoorwerpen het klooster binnen. Sinds
1575 wordt het klooster als een autonome (grieks-) orthodoxe kerk beschouwd, en
is het met 900 gelovigen het kleinste aartsbisdom ter wereld. Aan het hoofd staat
de aartsbisschop, die meestal in Cairo verblijft, en hij beheert alles wat met
het klooster te maken heeft.
In de verschillende gebouwen van het klooster
zijn ontelbare rijkdommen te bezichtigen, waaronder een bibliotheek met oude manuscripten
en iconen, mozaieken en schilderingen. |
| | |
| | Seradit
el- Khadim In Egypte is in
de graven van de eerste koningen, 3300 jaar voor Christus, al turquoise aangetroffen.
In die tijd was er al handel in dit mineraal tussen de oorspronkelijke bewoners
van de Sinai en de bewoners van de Nijl-regio. De oude Egyptenaren waren bijzonder
geinteresseerd in het turquoise en koper uit de regio van Wadi Maghara en Seradit
el-Khadim.
Tijdens het Middle Kingdom, 1500 jaar na de eerste sporen van
handel tussen Sinai en de Nijl-regio, was de Sinai een kolonie van het Egyptische
rijk. Het gebied werd alleen gebruikt als leverancier van mineralen, en als buffer-regio
in oorlogen. Dit laatste is waarschijnlijk de reden dat er in het hele gebied
slechts 1 tempel is te vinden van de oude Egyptenaren: die van Seradit el-Khadim.
De
tempel Op 850 m hoogte, uitgestrekt
over 200 meter, vind je de ruines van deze tempel. Het is een van de weinige monumenten
in de Sinai uit de tijd van de Farao's, en een van de belangrijkste archeologische
plaatsen in de Sinai.
In 1905 is de tempel opgegraven door een archeoloog
uit Londen, Flinders Petrie. Hij ontdekte er verschillende beelden, pilaren en
offergereedschappen.
De inscripties in de pilaren zijn van grote waarde gebleken
om de kennis te vergroten over de trektochten van de oude Egyptenaren in deze
regio. Deze pilaren, die over een afstand van meer dan 100 meter naast elkaar
staan, zijn kenmerkend voor de tempel, en op elke foto wel te zien.
In de
pilaren is ook het beroemde proto-Sinaitische schrift ontdekt, waarvan wordt aangenomen
dat het een voorloper is van ons alfabet. Het gaat hier om hierogliefen die gebruikt
werden om de West-Semitische namen te noteren van de arbeiders die in de mijnen
werkten. Voorbeeld van dit soort tekens: 
De
tempel is gebouwd in de tijd van de 12e dynastie, 1800 voor Christus, en in die
tijd was het niet meer dan een kleine kapel, uitgehakt in de rotsen. Seradit el-Khadim
was toen al het centrum van de koper en turqoise mijnbouw. De 12e dynastie was
een periode van grote mineralenrijkdom voor de Egyptenaren, en in de graven van
vrouwen uit die tijd vinden we dan ook de mooiste voorbeelden van turqoise sierraden
uit de Egyptische oudheid.
Later is de kapel steeds verder uitgebouwd en verfraaid.
De laatste uitbouwingen komen uit de tijd van de 20e dynastie (1070 voor Christus),
wat betekent dat er ongeveer 800 jaar lang aan de tempel is gebouwd.
De tempel
bestaat uit een dubbele rij pilaren, die naar een ondergrondse kapel leiden, gewijd
aan de god Hathor, de beschermheilige van de koper en turqoise mijnwerkers.
De Mijnen
Archeologen hebben
ontdekt dat de eerst bekende inwoners (8000 jaar geleden) van de Sinai mijnwerkers
waren. Hoewel de Egyptenaren het gebied voor die al kenden, en er ook geweest
zijn, is er weinig bewijs te vinden van eerdere menselijke activiteiten in de
regio. Bewoonbare gebieden zijn zeldzaam in de woestijn, en het is dan ook niet
ondenkbaar dat dezelfde plaatsen steeds opnieuw bebouwd zijn, boven op de resten
van eerdere bouwwerken.
De eerste bewoners werden aangetrokken door de grote
hoeveelheden koper en turqoise die in deze regio te vinden waren. Ze trokken van
mijn naar mijn steeds verder naar het zuiden, tot ze bij Seradit el-Khadim aankwamen,
waar ze rond 3500 jaar voor Christus de grote turqoise-aders ontdekten.
In
die tijd werden de koningrijken van Egypte verenigd onder de eerste farao's, en
deze toonden bijzondere interesse in de Sinai. Tegen 3000 VC hadden ze controle
over alle mijnen in de Sinai, en in Seradit el-Khadim hebben ze zelfs een grootschalige
operatie opgezet. In de 2000 jaar die volgden werden hier grote hoeveelheden turqoise
gewonnen, die via Wadi Matalla naar de haven van el-Markha werd getransporteerd.
Hier werd dit op schepen geladen die naar het vaste land van Egypte voeren.
Turqoise werd gebruikt om sierraden van te maken, scarabeeen uit te snijden, en
als kleurstof.
De turqoise werd gewonnen door grote schachten in de rotsen
uit te hakken. In de schachten zijn veel inscripties te zien, en aan de ingang
werd altijd een afbeelding van de op dat moment heersende farao uitgehakt: een
symbool van de Egyptische staat als heerser over de mijn.
Helaas zijn veel
van deze reliefs vernietigd door een Britse poging om de mijnen weer operationeel
te krijgen in het midden van de 19e eeuw. Een aantal brokstukken zijn nog te zien
in het museum in Cairo.
De mijnen van Wadi Maghara, Umm Bugma, Wadi Kharig
en Bir Nasib liggen hier dicht in de buurt. Met name bij Bir Nasib kun je grote
hoeveelheden "slakken" op de grond zien liggen: datgene wat overblijft
als het erts uit de rotsen is gehaald. |
| | |
|
|
Gezira el-Faraun (Farao's Island) Dit
eilandje, wat ook wel Coral Island wordt genoemd, ligt 5 kilometer onder Taba,
vlakbij de grens met Israel, een paar honderd meter uit de kust.
Op dit eilandje
ligt een kruisvaardersfort, wat oorspronkelijk is gebouwd door Baldwin I, koning
van Jerusalem. Vanaf de top van het eiland kun je 4 landen zien: Egypte, Israel,
Jordanie en Saudi Arabie.
De redenen dat het fort juist hier is gebouwd zijn
eenvoudig: het lag in het centrum van een drukke handelsroute tussen het Verre
Oosten en Europa, het was makkelijk te verdedigen, en het ligt in het smalste
deel van de Golf van Aqaba.
Toen de kruisvaarders het fort in handen hadden
is het veel gebruikt om belastingen te innen van Arabische handelaren, maar ook
om Arabische schepen aan te vallen en om pelgrims te beschermen die tussen Jerusalem
en het Katharina Klooster reisden.
In 1170 is het fort veroverd door Saladin,
en hij heeft het verder uitgebouwd. Behalve de veldslag waarbij Saladin het fort
veroverde op de kruisvaarders, zijn er geen veldslagen bekend waarbij dit fort
betrokken is geweest.
Inmiddels is het fort helemaal gerenoveerd |
| | | |
| Fort
van Nuweiba el Tarabin
In Nuweiba
staat een groot fort uit 16e eeuw, gebouwd door sultan Ashraf el-Ghuri
Het
is gebouwd om passerende karavanen te beschermen, en om invasie van het gebied
door de Turken tegen te gaan. Dat laatste is niet gelukt: in de 18e eeuw is het
fort veroverd door de Turken, en is het fort herbouwd. Het voornaamste doel van
het fort was toen om de scheepvaart in de rode zee te beschermen
Op de binnenplaats
van het fort ligt een bron, die nog steeds in gebruik is bij de bedouienen die
in het gebied leven. | | | |
|

|
Nawamis Nawamis
zijn mysterieuze prehistorische bouwsels, die alleen in het zuiden en oosten van
de Sinai zijn gevonden. Langs de weg van Nuweiba naar het Katharina Klooster,
ten zuiden van de oase Ain Khudra, vind je er zo'n 30 bij elkaar.
Nawamis
is Arabisch voor "vliegen", maar wat je uit die naamgeving zou kunnen
afleiden is niet duidelijk.
Algemeen wordt aangenomen dat het om graftombes
uit de koper- en bronstijd gaat, 4000 tot 3150 voor Christus. Het is een van de
oudste door mensen gemaakte structuren in de wereld.
Een Nawami is bestaat
uit op elkaar gestapelde zandstenen platen, en de ingang is altijd naar het westen
gericht. Er zit geen deur in, en de ingang is de enige plek waardoor licht naar
binnen kan. Ze zijn hebben een diameter van 3-6 meter, en zijn 2-3 m hoog.
Archelogen hebben hier o.a. kralen en armbanden gevonden, waarschijnlijk als offermateriaal
gebruikt.
Wie er begraven lagen is tot op de dag van vandaag niet opgehelderd. |
| | |
|
|
Rock of Inscriptions Zowel
ten zuiden als ten noorden van de weg tussen Nuweiba en het Katharina Klooster,
ongeveer ten hoogte van de oase Ain Khudra, vind je een "Rock of Inscriptions"
in Wadi Haggag. In het Arabisch wordt deze rots Hagar Maktub genoemd, beschreven
steen.
Je vindt hier graffiti van Armeniers, Georgiers, Nabateers, en uit
de Romeinse en Byzantijnse tijden, de oudste zijn meer dan 2000 jaar oud. |
| | |
|
Desert Kites Tegen
het einde van de steentijd begint een periode die "Neolytische periode"
wordt genoemd. In deze tijd gaat de mens voor het eerst technologie ontwikkelen.
Er wordt dan bijvoorbeeld begonnen met het maken van potten uit klei, en het houden
van vee.
In het hele midden oosten, en ook in de zuidelijke Sinai, zijn vreemde
prehistorische structuren te zien die hier het bewijs van vormen: de zogenaamde
"desert kites".
Men neemt aan dat deze structuren gebruikt werden
voor het vangen van wilde dieren (gazelles). Ze bestaan uit twee lange muren,
1-2 km lang, in de vorm van een "V". De dieren werden tussen die muren
gedreven tot ze aan het einde van de "V" kwamen, waar ze vast kwamen
te zitten in een ronde structuur. Hier konden ze eenvoudig gedood worden door
pijlen of door van bovenaf met rotsen te gooien. |
| | |
| Bir
Safra Op verschillende plekken midden
in de woestijn kun je waterbronnen tegen komen, ook buiten de oases. Een mooi
voorbeeld hiervan is Bir Safra, wat ligt op een plaats waar drie valeien samen
komen, en wat van oudsher een ontmoetingsplaats voor Bedoeienen is. Hier is ongeveer
100 jaar geleden een waterput gegraven, en tenzij het 's winters extreem weinig
geregend heeft, zit er altijd water in deze bron.
Bedoeienen die hier passeren
zullen altijd wat water oppompen, wat dan in het basin blijft staan, zodat dieren
uit de omgeving kunnen drinken. Zelf gebruiken ze dit soort bronnen ook om zich
te wassen als ze er passeren. |
|